Het Smitsorgel

Het hoofdorgel van de Schijndelse Servatiuskerk is een monumentaal, drieklaviers-instrument dat door de orgelbouwers Smits uit Reek werd gebouwd in 1852. Zij bouwden in de regio diverse belangrijke en zeer fraaie orgels, zoals in Sint-Oedenrode (1839) en Boxtel (1842). Kenmerkend voor de instrumenten van Smits zijn de warme prestanten, ronde fluiten en krachtige tongwerken. Door de grote klankvariëteit lenen deze orgels zich tot het spelen van een groot repertoire.

Dispositie

Hoofdwerk C-f”’ Bovenwerk Onderpositief Pedaal C-c’
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Quint 3′
Octaaf 2′
Cornet II sterk (discant)
Mixtuur III sterk
Euphone 16′
Trompet 8
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Prestant 4′
Gemshoorn 4′
Fiffaro 4′ (discant)
Fluit 2′
Sesquialter II sterk
Basson 8′ (bas)
Hautbois 8′ (discant)
Vox Humana 8′
Tremulant
Bourdon 16′
Fluit Travers 8′ (discant)
Salicionaal 8′
Roerfluit 8′
Prestant 4′
Octaaf 2′
Flageolet 1′
Trompet 8′
Harmonica 8′ (gedeeld)
Prestant 16′
Subbas 16
Octaaf 8′
Quint 6′
Prestant 4′
Bazuin 16′
Harmonica 16′
Trompet 8′
Klairon 4′
Cinck 2′

Koppelingen (uitgevoerd als treden):
Hoofdwerk – Onderpositief
Hoofdwerk – Bovenwerk
Pedaal – Onderpositief
Pedaal – Hoofdwerk

Tractuur: mechanische sleepladen
Toonhoogte: a’= 415 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend
Winddruk: 79 mm

Vulstem samenstellingen:
Cornet II sterk discant (Hoofdwerk) c’: 4′ – 2 2/3′
Mixtuur III sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/2′ – 1′. c: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′
Sesquialter II sterk (Bovenwerk) C: 2 2/3′ – 1 3/5′

 

 

Historie

In 1852 leverde de firma Smits een drieklaviers orgel voor de Sint-Servatiuskerk in Schijndel voor 9565 gulden, zonder de kast die nog eens bijna 4055 guldens kostte. Deze bijzonder rijk uitgevoerde orgelkas is een werkstuk van Jacobus Beuijsen uit Boxmeer (zie verderop voor meer info).

Het Schijndelse orgel is door de jaren heen vrijwel nooit gewijzigd. Het enige dat er aan werd veranderd was de toonhoogte: deze werd rond 1900 door Camille Loret een halve toon verhoogd. F.C. Smits II verhoogt de toonhoogte in 1902 naar a’= 435 Hz en vervangt de Klairon 4’ door een Euphone 16’.

In 1916 worden de spaanbalgen door een grote magazijnbalg vervangen.

In 1944 werd de kerk door oorlogshandelingen beschadigd. Ook het orgel was door granaatscherven getroffen. De restauratie van de kerk duurde na de oorlog tot 1955. Daarna werd in de jaren 1958/1959 het orgel gerestaureerd door Vermeulen uit Weert. Daarbij werden de handklavieren, pedaalklavier en mechanieken vernieuwd. Na deze restauratie werd het in gebruik genomen op 28 juni 1959 met een bespeling door Hub Houët, adviseur tijdens de restauratie.

Een restauratie vond plaats in 1995, en werd uitgevoerd door Pels & Van Leeuwen uit ‘s-Hertogenbosch. De toonhoogte is daarbij teruggebracht naar de oorspronkelijke. Veel pijpen zijn daartoe verlengd. Adviseur bij de restauratie was Hans van der Harst. Op 15 juni 1995 nam men het orgel weer in gebruik.

Een laatste aanpassing vond plaats in 2014, ook uitgevoerd door Pels & Van Leeuwen uit ‘s-Hertogenbosch. De windvoorziening was al lang niet ideaal, o.a. door lekkende en in 2012 opnieuw beleerde windkanelen. Daardoor was de winddruk niet meer goed. Er is een extra balg geplaatst vlak bij de motor, om de druk te reguleren. Na het plaatsen van deze balg was de druk bij elk werk precies 79 mm! Daarna is het orgel generaal gestemd. Het orgel is er erg op vooruit gegaan.

Bron: http://brabantorgel.nl/Schijndel-Servatiuskerk_frameset.html

 

Het orgelfront

Tekst: Reinier Wakelkamp

Bij Koninklijk Besluit van 15 maart 1838, no 126 werd goedkeuring verleend voor de vergroting van de St.-Servatiuskerk te Schijndel voor de somma van 10.000 gulden. Aan de oude, in 1525 voltooide toren werd een nieuwe kerk gebouwd waarvoor de eerste steen werd gelegd op 15 april 1839. Op 7 augustus 1840 werd de nieuwe kerk door de bisschop, baron van Wyckersloot gewijd. In 1852 leverden F.C. Smits I en atelier F.J. Beuijssen een orgel voor de neogotische (!) kerk. Daarover vertelt het parochie-archief: ‘In 1852 bouwde de heer Fr. C. Smits, orgelmaker te Reek, het orgel, zonder kast voor fl. 9565.-‘. De kast en het oksaal werden gemaakt door de heer Buijssen te Boxmeer voor fl. 4054.96’. In datzelfde jaar voorzag Beuijssen het ontwerp van Smits voor het front te Aarle-Rixtel op ontwapenende wijze van schriftelijk commentaar en besluit: ‘…ik zal in kort bij u komen/ ik gaan na schijndel/ zal doen er werk/ over de balken en ribben zorg draagen/ ik ben klaar voor schijndel op te stellen Uwen oksaal en kast, ik groet UwE en heb de eer te zijn UwE Dienaar en Vriend J Beuijssen’.

Het orgel te Schijndel werd een bijzonder project. Niet alleen door de omvang: een drieklaviers orgel met vrij pedaal en in totaal 40 stemmen, maar ook doordat het instrument gehuisvest werd in de eerste neogotische kast van het collectief. Het is verbazingwekkend hoe trefzeker de gotische skeletbouw en het (laat)gotische ornament naar oksaal en kast zijn vertaald. Bovendien is het opvallend hoezeer de opvattingen over gotiek van Smits I/Beuijssen verschillen of geëvalueerd zijn ten opzichte van de opvattingen van de Brusselse architect Tieleman Franciscus Suys (1783 -1861) die het front ontwierp van het 21 jaar eerder door de broers Jonathan en Johan Batz voor de Dom te Utrecht gebouwde orgel.